Beenbreuk.com Betrouwbare medische informatie

Heupfractuur

De heup bestaat uit een kop, een kom en het kapsel hieromheen. Leeftijd, exacte breuklocatie/verplaatsing en vitaliteit van de patiënt bepalen de behandeling. De keuze is altijd: behoud van eigen heupkop of vervangen (prothese)? Het grootste probleem dat zich bij een poging tot heupbehoud kan voordoen is dat de kop niet goed wil aangroeien (avasculaire heupnecrose, AVN) waarna deze alsnog vervangen moet worden. Nadeel van een prothese is dat deze slijt bij actievere patiënten en na 15-20 jaar vervangen moet worden.

Let op: een
operatie bij een breuk van de heup is een totaal andere situatie dan na vervanging van de heup door slijtage! Het herstel is vele malen langer en gecompliceerder na een breuk dan na een heupvervanging bij slijtage en zijn niet vergelijkbaar. Patiënten die een heupvervanging ondergaan ivm slijtage zijn vaak een stuk vitaler en kunnen vaak de volgende dag al het ziekenhuis verlaten.

heupgewricht

Heupvervanging:
- Een halve heupvervanging (
kophalsprothese: weinig complicaties, geschikt voor oudere, minder actieve patiënten)
- Een totale heupvervanging (
totale heupprothese, gaat langer mee bij actievere patient, meer kans op uit de kom raken)

Eigen heupbehoud:
- Fixatie van de breuk met
pen/plaat/schroeven met schroeven (DHS/CHS/ gamma mail, kans op )

Hieronder ziet u een aantal voorbeelden van heupherstel operaties:

opties

Jonge patienten (16 - 65 jaar)
In de regel proberen we bij jonge patiënten de eigen heupkop altijd te sparen. Dit doen we omdat een prothese slijt onder invloed van bewegen en een actieve levensstijl. Een prothese gaat gemiddeld 20 jaar mee en zou in dat geval mogelijk meerdere keren gedurende het leven vervangen moeten worden.

Er schuilt echter altijd een risico in het sparen van de heupkop: de doorbloeding naar de kop kan beschadigd zijn (AVN) door het trauma waardoor deze niet goed wil vastgroeien; als deze complicatie zich voordoet zou alsnog de totale heup (kop en kom) vervangen moeten worden door een orthopeed. Stoppen met roken vermindert de kans op deze complicatie!

Vitale ouderen (65 - 75 jr)
Deze groep 70+ is de groep die tegenwoordig 100 jaar oud kan worden! Om die reden zou een halve heupvervanging niet voldoende kunnen zijn. Er valt dan te overwegen om de eigen kop te sparen door een fixatie van de breuk door plaat en schroeven of om de gehele heup te vervangen (totale heupprothese). De laatste zou zeker een optie kunnen zijn bij die patiënten die al klachten hadden van slijtage in de heup

Kwetsbare ouderen (80+)
Deze groep bestaat uit kwetsbare patienten die een hoge kans op overlijden hebben: 30% overlijdt binnen 1 maand en 50% is overleden binnen een jaar. De mensen die op deze leeftijd een heupfractuur oplopen, doet dat meestal door een onderliggend probleem waardoor ze vallen. Dit is vaak ook de reden dat mensen overlijden na de breuk. Er dient dan ook goed gekeken te worden (door de Ouderengeneeskundige) wáárom de patient gevallen is. Deze groep mensen moet snel (<48 uur) geopereerd worden om ze zo snel mogelijk weer mobiel te krijgen om nieuwe problemen door het liggen te voorkomen. De behandeling bij deze groep is vrijwel altijd een halve heupvervanging omdat ze minder mobiel zijn waardoor deze niet snel zal slijten.

Voor deze groep is er een belangrijke samenwerking met de Ouderengeneeskundige (geriater) vereist en hebben sommige ziekenhuizen ook een speciale afdeling opgesteld (Geriatrische Trauma Unit, GTU). Ook zal in samenspraak met patient, familie en behandelaar gekeken moeten worden waar iemand kan herstellen. Niet zelden is zelfstandig thuiswonen helaas geen optie meer. Ook kan gekeken worden naar een tijdelijk verpleeghuis of zorghotel waar mensen kunnen herstellen.



Een beenbreuk heeft, ongeacht de behandelmethode,
ongeveer 6 weken om vast te groeien. Hierna moet deze weer helemaal soepel gemaakt worden en de kracht weer langzaam opgebouwd worden. Wanneer de bindweefselplaat tussen het kuit- en scheenbeen gescheurd is, duurt het herstel iets langer en heeft het been 8 weken rust nodig.

Anti-trombose injecties

Elke patiënt krijgt 5 weken anti-trombose injecties tenzij de patient al antistollingsmedicatie gebruikte voor bijvoorbeeld het hart. De medicijnen bestaan uit injecties of tabletten